Verslag overlegtafel 25 juni 2026
Deze overlegtafel wordt periodiek georganiseerd met een afvaardiging van aanbieders die aan het begin van de overeenkomst zijn geselecteerd. De agenda en het verslag van de bijeenkomst worden, na afstemming met de aanwezigen, gedeeld met alle aanbieders. Vanuit de aanbieders zijn dit jaar geen agendapunten of andere input ingebracht.
Datum: 25 juni 2026
Aanwezige aanbieders: Vlot Groningen, Mij een Zorg, Omega, Community Support, De Zijlen, Zorgboerderij "De Weide Blik", Zorgboerderij Boyemaheerd, BezinnZorg
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering. De deelnemers stellen zich kort aan elkaar voor. Judith licht het onderwerp van de bijeenkomst toe: het ophalen van input vanuit de huidige overeenkomst.
2. Toelichting doel uitvraag
Judith schetst de stand van zaken van het inkoopproces. De huidige overeenkomst is verlengd tot 1 januari 2028. Het contract voor huishoudelijke hulp en begeleiding/dagbesteding voor inwoners van 75 jaar en ouder loopt tot die datum en kan nog één keer met maximaal 24 maanden worden verlengd. De basisondersteuning bij Sociaal Werk De Schans (SWDS) loopt ook tot 1 januari 2028 en kan niet meer worden verlengd.
Binnen jeugd zijn drie lichte producten lokaal gecontracteerd; overige jeugdhulp loopt via het Regionaal Inkoopnetwerk Groninger Gemeenten (RIGG). In de komende periode wordt gewerkt aan een indeling naar lichte, middelzware en specialistische ondersteuning. De gemeente werkt vanuit een aantal strategische uitgangspunten, zoals het centraal stellen van de leefwereld van de inwoner, een sterke integrale voorkant, zo licht mogelijke ondersteuning, samenhang tussen domeinen en financiële duurzaamheid door preventie en eenvoud. Aanbieders zijn gevraagd om schriftelijke input te geven op de huidige overeenkomst. Zeven aanbieders hebben gereageerd.
3. Input van aanbieders en duiden schriftelijke input
Uit de aangeleverde input van aanbieders blijkt dat de samenwerking overwegend positief wordt beoordeeld en de overlegtafel wordt als waardevol ervaren. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat de samenwerking in de uitvoering nog onvoldoende stabiel is. De meeste knelpunten zitten in de uitvoering van processen, met name rond indicaties en herindicaties. Aanbieders noemen:
- lange doorlooptijden van melding tot indicatie
- beperkte bereikbaarheid en wisselingen van consulenten
- zorg die al start voordat indicatie is afgegeven
- knelpunten in het AIN-proces
Dit leidt tot onzekerheid bij inwoners, druk op de continuïteit van zorg en financiële risico's voor aanbieders, die regelmatig moeten voorfinancieren. Ook zorgt dit voor veel extra afstemming en administratieve lasten. Daarnaast is de rolverdeling in de keten niet altijd duidelijk. Ondersteuningsvragen worden complexer en raken meerdere leefgebieden, terwijl de regierol van de gemeente in de praktijk niet altijd wordt waargemaakt. Hierdoor verschuift de regie regelmatig naar aanbieders en ontstaat onduidelijkheid voor inwoners. Ook blijft ondersteuning soms te lang in het voorliggend veld of wordt juist te vroeg opgeschaald.
De constructie rondom 75+ wordt als knelpunt ervaren. Deze leidt tot extra administratie, onduidelijkheid voor inwoners en lagere inkomsten voor aanbieders doordat een deel van het tarief bij hoofdaanbieders terechtkomt. De scheiding tussen 75- en 75+ wordt bovendien als arbitrair gezien.
Aanvullend worden genoemd:
- tarieven staan onder druk, vooral bij vervoer, indirecte tijd en no-show
- de overgang tussen Jeugdwet en Wmo verloopt niet soepel
- de huidige contractvorm biedt weinig ruimte voor innovatie en preventie
Het AIN-proces laat een wisselend beeld zien. Positief zijn de doelen in de plannen, maar in de uitvoering lopen aanbieders tegen knelpunten aan:
- verslagen worden niet altijd (tijdig) ondertekend door cliënten
- zorg kan hierdoor niet of later starten
- aanbieders ontvangen het AIN-plan niet altijd
- er zijn verschillen tussen consulenten in werkwijze en kwaliteit
Dit speelt vooral bij kwetsbare inwoners met beperkt doenvermogen. Er wordt voorgesteld om te verkennen of na een bepaalde termijn zonder reactie van de inwoner uitgegaan kan worden van akkoord. Ook wordt het belangrijk gevonden dat AIN-plannen standaard gedeeld worden met aanbieders.
Aanbieders geven aan behoefte te hebben aan meer en stabieler contact met consulenten. Wisselingen en onvoldoende overdracht zorgen voor onrust, met name in situaties waar veiligheid speelt. Ook wordt aangegeven dat communicatie vanuit de gemeente, bijvoorbeeld over het afschalen van zorg, eerder en duidelijker kan. De samenwerking met hoofdaanbieders (Miep en DNZT) wordt als belastend ervaren. Dit leidt tot extra administratieve lasten, communicatieproblemen en leidt niet tot de beoogde innovatie en continuïteit van zorg.
Ook wordt benoemd dat:
- opleidingseisen en kwaliteitskaders niet altijd goed aansluiten op de praktijk
- het lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden
- kleinere aanbieders onder druk staan door tariefsystematiek
- administratieve lasten hoog zijn en gegevensdeling beperkt is door AVG-vraagstukken
Daarnaast is de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner onvoldoende bekend en wordt deze nog weinig benut. Aanbieders zien kansen om meer in te zetten op preventie, vroeg signalering en samenwerking. Daarbij wordt het belang benadrukt van werken vanuit de context van de inwoner (systemisch), bijvoorbeeld via verklarende analyses en psycho-educatie. In de praktijk is overigens niet altijd duidelijk wat precies onder een verklarende analyse wordt verstaan en wie hiervoor verantwoordelijk is.
Er wordt gewezen op het beter benutten van bestaande voorzieningen en netwerken, zoals het lokaal netwerk dementie, en het voorkomen van dubbel aanbod. Ook wordt samenwerking met partijen zoals onderwijs en kinderopvang genoemd in het kader van vroeg signalering. Verder worden kansen gezien in:
- meer inzet op collectieve en groepsgerichte ondersteuning
- benutten van zorgtechnologie
- het uitdagen van aanbieders om bij te dragen aan normalisering
Voor de nieuwe inkoop worden de volgende belangrijke verbeterpunten meegegeven:
- vereenvoudigen en versnellen van processen rond indicatiestelling
- meer stabiliteit en duidelijkheid in regievoering
- heroverwegen van de 75+-systematiek
- meer ruimte voor preventie, innovatie en collectieve oplossingen
- duidelijkere rolverdeling in de keten
- beter inzicht in bestaand aanbod (o.a. SWDS)
De vraag bestaat onder aanbieders of er al meer bekend is over de tijdslijn van de nieuwe inkoop. Dit is nog niet het geval. Voor jeugd loopt de informatievoorziening via het RIGG. Voor de Wmo wordt eerst gewerkt aan een visie. Er is wel tijdsdruk, omdat jeugd en Wmo deels in hetzelfde contract zitten en verlenging samen kan vallen.
4. Sluiting
Nadat er geen verdere punten zijn, sluiten de deelnemers de vergadering.