Houtsingels

In het Zuidelijk Westerkwartier komen veel houtsingels voor. Deze vormen samen de houtsingelhoofdstructuur. Houtsingels kunnen bestaan uit elzensingels, droge houtsingels of houtwallen. Een elzensingel bestaat meestal uit één rij bomen en struiken langs een sloot. 

De gemeente Westerkwartier heeft houtsingelregels gemaakt: de Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier 2024. De regels geven de voorwaarden aan voor kap en eisen voor aanplant en herstel. Zo moet er altijd sprake zijn van een aantoonbaar belang en moet er een plan zijn voor compensatie. Compensatie is altijd 100% en mag niet overal. De houtsingelkaart laat zien waar houtsingels staan.

Wat is een houtsingel?

Droge houtsingel en houtwal

Een droge houtsingel bevat inheemse en streekeigen boomsoorten als eik, es, berk en zoete kers en een ondergroei van struiken en kruiden. Een droge houtsingel kan uit één rij bestaan, maar kan ook breder zijn, tot 10 meter breed, gemeten op maaiveldniveau. We noemen ze droog omdat ze meestal op de hogere gronden liggen. Soms ligt er een greppel of sloot naast. 

Een droge houtsingel kan ook op een wallichaam groeien en heet dan een houtwal. In goed beheerde droge houtsingels komen veel soorten planten en dieren voor. Ze zijn daarom van grote ecologische waarde. Ook komen er vaak dikke oude beeldbepalende bomen in voor. Deze mogen niet zomaar gekapt worden.

Illstratie van een houtsingel met dubbele rij
Illustratie van een houtwal zonder greppels met raster
Illustratie van een elzensingel met hekwerk

Elzensingel

Een elzensingel bestaat meestal uit één rij bomen en struiken en staat dicht langs sloten of watergangen. De sloot maakt altijd deel uit van een elzensingel. Elzensingels bestaan meestal uit (zwarte) elzen (>50%) afgewisseld met andere inheemse bomen, struiken en kruiden. Een beheervorm die bij elzensingels wordt toegepast is hakhoutbeheer, waarbij de stobben blijven staan zodat ze weer uit kunnen groeien. In goed beheerde elzensingels komen veel soorten planten en dieren voor. Ze zijn daarom van grote ecologische waarde. Ook komen er soms dikke oude beeldbepalende bomen in voor. Deze mogen niet zomaar gekapt worden. 

Kwaliteit, beheer en onderhoud

Een goede structuuropbouw van boom-, struik- en kruidlaag zorgt voor een gezonde en dichte singel met veel biodiversiteit. Dit blijft het beste in stand door goed beheer en onderhoud. BoerenNatuur Groningen West kent hiervoor beheerpakketten ANLb. Deze kunnen opgevraagd worden bij BoerenNatuur Groningen West.

Tip: gebruik de plantinstructie houtsingel van Landschapsbeheer Groningen.

Voor een uitgebreide beschrijving van goed houtsingelbeheer raden we de Beheergids Zuidelijk Westerkwartier van BoerenNatuur Groningen-West aan."

Regels voor compensatie, aanplant en herstel

Let op: Het kappen en rooien van (delen van) een houtsingel is verboden, in bepaalde gevallen kan een omgevingsvergunning verleend worden voor kap. In andere gevallen wordt geen vergunning verleend. Onderstaande regels worden door de gemeente gehanteerd bij de behandeling van een vergunningaanvraag.

Compensatie

  • Er is altijd een omgevingsvergunning nodig voor het rooien van een houtsingel.
  • Bij het rooien van houtsingels vindt 100% compensatie per m2 plaats door herplant.
  • Compensatie kan niet plaatsvinden in een houtsingel die na het jaar 2000 verdwenen is, of op een locatie waar een handhavingstraject loopt.
  • Een dwarssingel wordt altijd gecompenseerd als een dwarssingel.

Herplant, herstel en aanplant

Algemeen

  • Het plantgoed is minimaal twee jarig.
  • De onderlinge plantafstand is maximaal 1 meter hart op hart.
  • Na het planten komt langs de houtsingel een beschermend raster, op minimaal 1 meter uit buitenste aanplant.
  • Voordat met rooien kan worden begonnen dient in de vergunningsaanvraag aangegeven te zijn waar de nieuwe singel aangelegd wordt.
  • De nieuwe singel dient uiterlijk in het plantseizoen (ongeveer tussen 15 oktober en 15 maart) volgend binnen één jaar na de ruimtelijke ingreep te worden aangelegd en/of de bestaande singel dient binnen één jaar te wordt opgevuld.
  • Nieuwe aanplant dient duurzaam in stand gehouden te worden, dat betekent onder andere een verplichting op water geven bij droogte; afdoende bescherming tegen vraat en beschadiging; niet aangeslagen beplanting wordt vervangen voor 15 december van het betreffende jaar.

Droge houtsingel en houtwal

  • Nieuw aan te leggen droge houtsingels hebben een minimale breedte van 2 meter (inclusief raster) en een maximale breedte van 10 meter op het maaiveld.
  • De volledige verschijningsvorm dient gecompenseerd te worden, inclusief sloot/greppel of wallichaam.
  • De bodem dient geschikt te zijn voor aanleg van een droge houtsingel of houtwal.
  • Het aan te planten sortiment is voor droge houtsingels 50% gelijk aan de hoofdboomsoort en bestaat voor 50% uit andere inheemse boomsoorten (o.a. gewone es, lijsterbes, zachte berk en zomereik) en struiksoorten (o.a. grauwe wilg, éénstijlige meidoorn en sleedoorn). Zie voor sortimenten per deelgebied tabel 2.

Elzensingel

  • Een elzensingel is één-rijig.
  • De volledige verschijningsvorm dient gecompenseerd te worden, dus inclusief sloot.
  • Elzensingels worden aangeplant op de insteek van de sloot.
  • •    Het aan te planten sortiment bestaat voor minimaal 50% uit zwarte els, en voor maximaal 50% uit andere inheemse boomsoorten (o.a. gewone es, lijsterbes, populier, zachte berk en zomereik) en struiksoorten (o.a. grauwe wilg, eenstijlige meidoorn en sleedoorn). Zie voor sortimenten per deelgebied tabel 2

Coupures

  • Het maken van coupures (dammen) valt onder rooien en dient altijd gecompenseerd te worden.
  • De breedte van coupures is maximaal 15 meter van stam tot stam. Bij singels langer dan 75 meter zijn maximaal twee coupures toegestaan (één aan het begin en één aan het eind). Bij singels korter dan 75 meteris maximaal één coupure toegestaan.
  • Bij het bepalen van de locatie van coupures wordt rekening gehouden met bestaande gaten en met beeldbepalende bomen in singels (tabel 1). Deze mogen niet worden gekapt of gerooid, vanwege hun historische en landschappelijke waarde.

Onderhoud en kappen van singels

Wanneer is een omgevingsvergunning nodig?

  • Bij kap van beeldbepalende bomen (zie tabel 1).
  • Bij kap van (een deel van) een houtsingel.

Omgevingsvergunning aanvragen

Een omgevingsvergunning kan aangevraagd worden via het Omgevingsloket

Wanneer moet ik een kapmelding doen?

  • Bij afzetten van (delen van) een houtsingel (jaarlijks beheer).

Kapmelding

Voor afzetten van (delen van) de singel geldt altijd een meldplicht. Deze melding wordt gedaan uiterlijk 1 week na afronding van werkzaamheden door een mail te sturen naar tch@westerkwartier.nl. Er wordt steekproefsgewijs gecontroleerd op basis van artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Voor het kappen van houtsingels moet op basis van de Omgevingswet meestal ook een kapmelding gedaan worden bij de provincie Groningen. Wanneer een melding nodig is, staat op de website van de provincie Groningen.

Tabel 1

Tabel 1: Beeldbepalende bomen
SoortLatijnse naamDiameter (cm) op borst-hoogte, 130cmDiameter (cm) op maaiveld
ZomereikQuercus robur>40>42
EsFraxinus excelsior>40>42
BeukFagus sylvatica>40>42
Zoete kersPrunus avium>30>31
ElsAlnus glutinosa>55>57
Wilg (knotvorm)Salix alba(stam onder knot) >40>42

Tabel 2

In onderstaande tabel gebruiken we afkortingen. De afkortingen staan voor:

  • HB - Hoofdsoort boom
  • HS - Hoofdsoort struik
  • MB - Mengsoort boom
  • MS - Mengsoort struik
     
Tabel 2: houtsingelsortiment per deelgebied
Boom of struikLatijnse naamGebied de HaarZandrug Groote-gast Doezum OldekerkZandrug KornhornZandrug LutjegastZandrug Marum Tolbert Leek NoordZandrug Marum Tolbert Leek Zuid
Zwarte elsAlnus glutinosaMBHBHBHBHBHB
LijsterbesSorbus aucupariaMBMBMBMBxx
Zachte berkBetula pubescensMBMBMBMBMBMB
ZomereikQuercus roburHBMBHBMBHBHB
Zoete kersPrunus aviumMBMBMBMBMBMB
Gladde iepUlmus minorMBMBMBMBMBMB
EsdoornAcer MBMBMBMBMBMB
PopulierPopulusMBMBMBMBMBMB
SchietwilgSalix albaMBMBMBMBMBMB
Grauwe wilgSalix cinereaxMSxMSMSx
Eenstijlige meidoornCrataegus monogynaHSHSMSHSHSHS
SleedoornPrunus spinosaMSMSMSMSMSMS
Gewone vlierSambucus nigraMSMSMSMSMSMS
VogelkersPrunus padusMSMSMSMSMSMS
HazelaarCorylus avellanaMSMSMSMSMSMS
Tweestijlige meidoornCrataegus laevigataMSMSMSMSMSMS
Geoorde wilgSalix auritaMSMSMSMSMSMS
HondsroosRosa caninaMSMSMSMSMSMS
Gelderse roosViburnum opulusMSMSMSMSMSMS
Zwarte besRibes nigrumMSMSMSMSMSMS
VuilboomRhamnusMSMSMSMSMSMS
KamperfoelieLoniceraMSMSMSMSMSMS
HulstIlex aquifoliumMSMSMSMSMSMS
KardinaalsmutsEuonymusMSMSMSMSMSMS
Tabel 3: definities
TermOmschrijving
AfzettenHet geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand met als doel dat de houtopstand opnieuw op de stronk/stobbe uitloopt. Dit t.b.v. hakhoutbeheer.
Beelbepalende boom

Een boom die door zijn grootte, vorm, verschijning monumentale en landschappelijke waarde onvervangbaar is voor het karakter van de omgeving. Dit betreffen met name eiken, essen, beuken en zoete kersen met (op 1.30 meter boven maaiveld gemeten) een diameter groter dan respectievelijk 40, 40, 40 en 30 centimeter.

Maar ook oude elzen en knotwilgen met een diameter groter dan respectievelijk 55 en 40 centimeter. (zie tabel 1)

DwarssingelSingel haaks op de lengterichting van het perceel
HoutsingelElzensingel, droge houtsingel of houtwal
Houtsingelhoofdstructuur

Landschappelijke hoofdstructuur bestaande uit een samenhangend netwerk van droge houtsingels, houtwallen en elzensingels met een karakteristiek patroon van lengtesingels en dwarssingels langs kavels en sloten. De begrenzing van de Houtsingelhoofdstructuur is gelijk aan de begrenzing van het Zuidelijk Westerkwartier.

Houtsingels liggen overwegend in het buitengebied, maar ze kunnen ook in de bebouwde kom liggen

Op alle houtsingels in het Zuidelijk Westerkwartier zijn de spelregels van toepassing. (zie voor uitgebreidere definitie de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier)

KappenHet geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand.
RooienHet verwijderen, kappen of aantasten van de beplanting inclusief stobbe en wortelgestel van de singel, met de bedoeling of het effect dat de beplanting niet meer terugkomt. Zeer zware snoei met het doel of effect dat de beplanting afsterft is hieraan gelijkgesteld.