Pagina opties

Groter

De roek

  • Maatregelen in verband met het Coronavirus

    Algemene mededeling over aanpassingen in onze dienstverlening in verband met het coronavirus

  • Wat is het?

    RoekInventariseren meldingen

    De roek is een beschermde vogel. We willen daarom in kaart brengen wat de mogelijkheden zijn om de overlast te beperken op een manier die bescherming biedt aan de roek. Daarnaast  inventariseren we meldingen en ervaringen van inwoners. Op basis hiervan kijken we wat we kunnen doen aan de overlast. U kunt ons daarbij helpen door dit formulier in te vullen.

    Inventarisatie roeken

    De roek

    De roek is een beschermde vogelsoort. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincie Groningen is bevoegd gezag voor deze wetgeving en daarmee verantwoordelijk voor beleid, vergunningverlening en handhaving. Roekennesten en -kolonies zijn het hele jaar beschermd. Roeken kunnen overlast veroorzaken.  Roeken zijn in het broedseizoen echter ook nuttig. Ze voeren dan grote hoeveelheden schadelijke insecten aan hun jongen zoals rupsen en larven.

    Overlast

    Als de vogels in grote aantallen dicht bij woningen broeden kan de overlast aanzienlijk zijn. Het gaat vooral om lawaai, van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Mensen kunnen soms niet meer met het raam open slapen. Ook vogelpoep op straat en in de tuin zorgt voor viezigheid en ergernis. Een gevaar voor de volksgezondheid vormen de roeken echter niet. De gemeente heeft geen wettelijke plicht om actie te ondernemen tegen overlast.  Soms kunnen omwonenden zelf maatregelen nemen om de overlast te beperken. Bijvoorbeeld door een beschermhoes over de auto of spullen in de tuin te doen, of een afdakje te maken om onder te zitten. Uit ervaringen in andere delen van het land blijkt dat mensen die gewend zijn aan een  roekenkolonie in het dorp zich minder storen aan de vogels, en er zelfs aan gehecht raken. Overlast wordt vooral ervaren bij nieuwe , snel groeiende kolonies. Dat neemt niet weg dat de overlast aanzienlijk kan zijn voor wie direct naast of onder de kolonie woont.

    Westerkwartier

    De roek nestelt bij voorkeur in hoge bomen waar ze de jongen relatief veilig kunnen grootbrengen. Ze broeden in kolonies. Hun voedsel vinden ze vooral in het omliggende agrarische gebied. In onze regio neemt het aantal roeken toe. Het Westerkwartier is bij uitstek geschikt voor vestiging van de soort. Kolonies komen dan ook voor in onze hele gemeente. In 2019 waren er 25 kolonies en ongeveer 1000 broedparen. In 2021 zijn er 32 kolonies geteld  met 938 broedparen. De gemeente Westerkwartier monitort sinds 2019 jaarlijks het aantal kolonies en het aantal bewoonde nesten.

    Ontheffing

    Bij overlast mogen roeken niet zomaar worden verstoord. Ook het weghalen en verplaatsen van nesten buiten het broedseizoen is niet toegestaan. Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming bij de provincie Groningen nodig. De aanvraag voor een ontheffing is ingewikkeld en vergt een voorbereidingstijd van tenminste een half jaar. Ook omdat van te voren uitvoeringsbudget moet worden aangevraagd bij de gemeenteraad. Het verplaatsen van de nesten en het verstoren van roekenkolonies moet namelijk jaren achtereen worden volgehouden en is een kostbare en arbeidsintensieve aangelegenheid. Het uiteindelijke effect is erg onzeker. Helemaal omdat het in onze gemeente, in tegenstelling tot andere Groninger gemeenten waar slechts enkele kolonies zijn, hier om 32 kolonies gaat.

    Wij brengen nu in kaart wat hoe ernstig de klachten zijn en wat de mogelijkheden en kosten zijn om de overlast te beperken. Op basis daarvan wordt opnieuw bezien of maatregelen nodig en haalbaar zijn. Omdat het nemen van maatregelen een voorbereidingstijd vraagt van tenminste een half jaar kunnen wij dit seizoen verder niets doen aan de overlast.

  • Hoe werkt het?

    Roekenbeschermingsplan

    Voor de aanvraag van een ontheffing voor verstoring moet de gemeente een roekenbeheerplan laten opstellen met een uitgebreide ecologische analyse. Hiervoor moet externe deskundigheid worden ingehuurd. In het roekenbeheerplan moet onder meer zijn aangeven wat de overlastlocaties zijn en   op welke locaties de roeken wel ongestoord kunnen broeden.  Onderdeel van het roekenbeheerplan is een hoe de roeken op overlastlocaties worden verstoord en hoe de roeken kunnen worden gelokt naar de nieuwe beheerlocaties. Het vinden van goede beheerlocaties is lastig. Enerzijds omdat er niet veel plekken zijn  die aan alle eisen voldoen, anderzijds omdat de eigenaar van de plek toestemming moet geven om de roeken actief te lokken. In de praktijk betekent dat dat alleen gemeentelijke bosjes in aanmerking komen.  En er zijn weinig gemeentelijke bosjes waar niemand omheen woont. Om gebruik te kunnen blijven maken van het plan, is het nodig dat de gemeente de roeken en ook de ondervonden overlast aantoonbaar in de gaten blijft houden en het plan blijft evalueren. Bij ieder nieuw ontheffingsverzoek is het nodig dat de gemeente de hele procedure, die de gemeente uitbesteedt, opnieuw uitvoert.

    Kostbaar en intensief

    Wanneer de ontheffing verleend wordt volgt de uitvoering. De uitvoerende werkzaamheden moeten meerdere jaren worden volgehouden en zijn kostbaar en arbeidsintensief. Het verjagen van de roeken vindt dagelijks plaats in de maanden januari, februari en maart. Dit gebeurt onder toezicht van deskundigen, die bevoegd zijn en kennis hebben  met verschillende verjagingstechnieken (met roofvogel, afweerpistool en/of megafoon) te werken. Als er medio maart roeken zijn, die zich hebben gevestigd op de overlastlocatie en er eieren in de nesten liggen, moet de verstoring onmiddellijk stoppen. De provincie ziet hier ook op toe. Verstoring is strafbaar en wordt als misdrijf beschouwd. Roeken laten zich niet zo maar naar andere locaties verjagen. Het zijn slimme vogels die heel kritisch zijn in de keuze van hun broedlocatie. Het blijkt in de praktijk dan ook lastig de roeken te verplaatsen naar de beoogde locatie. Veelal bieden de verstoring en het verplaatsen van nesten weinig tot geen verbetering en leidt het vooral tot verplaatsing van het probleem.